Gewone Berenklauw                          19 april 2026

Is die niet giftig?   


... zul je wellicht denken. Het hangt ervan af. De Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) is sterk fototoxisch en kun je inderdaad maar beter laten staan maar de gewone Berenklauw (Heracleum sphondylium) is eetbaar. Ik was zelf in het begin ook best sceptisch maar de hele jonge bladeren die je nu kunt vinden, zijn heel geschikt om in de keuken te gebruiken. Ook de jonge bloemknopen die iets later komen, zijn niet alleen bijzonder decoratief maar ook nog eens heel smakelijk.

 

De Berenklauw is lid van de schermbloemigenfamilie. Op dit moment bloeit ze nog niet maar net als veel andere schermbloemigen krijgt ze grote schermen met witte bloemen. Je komt de gewone Berenklauw vooral tegen in de wei of in bermen. De Reuzenberenklauw is van oorsprong geen inheemse plant maar kom je soms wel verwilderd tegen langs waterlopen, in bermen of langs randen van weiden of bossen. De Reuzenberenklauw is veel groter dan de Gewone Berenklauw en kan wel 4 meter hoog worden. Ook de bloemschermen en bladeren zijn zeer groot. Reuzenberenklauw kan sterke brandwonden en blazen veroorzaken wanneer het op de huid komt vanwege de aanwezige furocumarine. Spoel de huid in dit geval onmiddellijk af, ga uit de zon en zoek eventueel een arts op als de pijn erger wordt.


In de Gewone Berenklauw zijn furocumarines aanwezig maar in veel mindere mate. Toch kan het sap uit de stengels van de gewone Berenklauw bij sommige mensen die hiervoor gevoelig zijn, ook een fototoxische reactie op de huid geven wanneer deze daarna wordt blootgesteld aan de zon en leiden tot roodheid, jeuk en blaren ("weidedermatitis"). Weet je niet of je er gevoelig voor bent dat kun je dit uittesten door een druppeltje sap op de binnenkant van je ellenboog te geven.


Op dit moment staat de Berenklauw nog niet in bloei maar je kunt de plant goed herkennen aan het blad. Gewone Berenklauw springt er in de wei echt uit en heeft veel grotere bladeren dan veel andere kruiden die er staan. Ze zijn ietwat langgerekt met lobbige, deelbladeren. Zowel de bladeren, de jonge scheuten als de stengels zijn sterk behaard. Later krijgt de Gewone Berenklauw witten bloemen. Als je goed naar de bloemscherm kijkt zie je dat de bloemen aan de rand van de schermen een soort slipjes hebben. Hierdoor zijn ze van andere schermbloemen te onderscheiden. Wanneer de bloemen uitgebloeid zijn komen de zeer aromatische zaadjes tot ontwikkeling. Ook deze kun je in de keuken gebruiken.

 

De jonge blaadjes in het voorjaar kun je als groente klaarmaken. De gewone Berenklauw bevat veel vitamine C, calcium en magnesium, evenals andere mineralen. Vooral de hele jonge, nog opgekrulde, donzige bladscheuten van de Gewone Berenklauw zijn een echte delicatesse. Je kunt ze in een salade gebruiken of heel simpel even roerbakken in een beetje olie met wat zout en peper. Ditzelfde kun je later met de bloemknoppen doen als ze nog in de schede zitten. Ook de stengels van de bladeren zijn eetbaar maar de draden moet je er wel eerst af pellen zoals bij rabarber. Nog later in het jaar, eind augustus-september, kun je de zaden oogsten. Ze zijn aromatisch en als specerij te gebruiken. Zowel de nog groene als de bruine, gedroogde zaden zijn hiervoor geschikt. Van de onrijpe zaden hoef je niet veel te gebruiken want ze zijn behoorlijk intensief. Ze hebben een licht carminatief effect, bevorderen de spijsvertering en gaan darmgassen en -krampen tegen.


De gewone Berenklauw bevat o.a. essentiële oliën, coumarinen, flavonoïden en organische zuren. In de Volksgeneeskunde werd vroeger ook wel een thee gemaakt van het kruid of de wortels bij spijsverteringsproblemen (winderigheid, diarree). Wat de heilzame werking betreft heeft de Gewone Berenklauw echter geen positieve monografie van de Commissie E en de HMPC. Ook vanwege het gehalte aan fototoxische furocoumarinen wordt therapeutisch gebruik kritisch bekeken.


De Berenklauw is geen grote geneeskrachtige plant maar voor iedereen die het leuk vindt om te koken uit de natuur is het een must om uit te proberen, mocht je deze plant nog niet kennen. Tijdens de wandeling ben ik vandaag ook de Gele Morgenster tegengekomen die in bloei begint te komen. Van deze plant kun je de bloemknoppen eten. Ik roerbak de gele Morgensterknoppen en de jonge Berenklauwbladeren in een beetje olie en boter en kruid ze alleen met wat peper en zout. We eten ze vanavond als lekkere snack bij de asperge-risotto.